De beroepscode en rechtspraak
De Nationale Beroepscode en de wetgeving
De Nationale Beroepscode is geformuleerd tegen de achtergrond van de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Verdrag inzake de
rechten van het kind en de Nederlandse Grondwet. Ook zijn de Wet op de
beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), de overeenkomst
inzake geneeskundige behandeling uit het Burgerlijk Wetboek, Boek 7,
Titel 7, afdeling 5 (WGBO), de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische
ziekenhuizen (Wet Bopz) en de Kwaliteitswet zorginstellingen
gebruikt. Als verpleegkundige of verzorgende ben je op de hoogte van de
voor jou relevante onderdelen van deze wetgeving binnen de gezondheidszorg.
De beroepscode kan als richtlijn fungeren bij de beoordeling wat van een beroepsbeoefenaar verwacht mag worden. Er staat in wat binnen de beroepsgroep algemeen geaccepteerd is. In procedures waarin verpleegkundigen/verzorgenden ter verantwoording worden geroepen, moet het handelen getoetst worden aan de beroepscode.
De beroepscode kan in vier soorten recht een rol spelen:
- het tuchtrecht (alleen verpleegkundigen),
- het strafrecht,
- het civiel recht,
- en het klachtrecht.