Het aantal gebruikers PersoonsGebonden Budget
85.000 zorgconsumenten maken gebruik van het persoonsgebonden budget (pgb) in de AWBZ.
65% van alle zorgconsumenten heeft een indicatie voor huishoudelijke verzorging.
Daardoor zijn er ongeveer 55.000 zorgconsumenten die met de WMO te maken hebben.
35.000 budgethouders hebben een indicatie voor enkelvoudige huishoudelijke verzorging.
Indicatie
Alle budgethouders hebben een indicatie van:
- het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
- het Bureau Jeugdzorg (alleen voor kinderen en jongeren met uitsluitend psychiatrische problematiek)
Deze indicatie geldt voor één of meer van de zogenoemde zorgfuncties. Dit zijn:
- huishoudelijke verzorging,
- persoonlijke verzorging,
- verpleging,
- ondersteunende begeleiding,
- activerende begeleiding of tijdelijk verblijf (respijtzorg of logeeropvang).
Ondersteunende begeleiding en activerende begeleiding kan daarbij in uren geïndiceerd zijn of in dagdelen. In dat laatste geval gaat het om dagopvang in groepen, waarbij ook een indicatie kan worden afgegeven voor medisch noodzakelijk aangepast vervoer van en naar de instelling.
Indicatiestelling
De indicatie wordt gesteld in klassen met een bepaalde bandbreedte, bijvoorbeeld 2,0 - 3,9 uur per week. Voor de AWBZ zorgfuncties behandeling en langdurig verblijf is geen pgb mogelijk. Dat betekent dat het pgb op dit moment niet beschikbaar is voor intramurale zorg, maar uitsluitend voor extramurale zorg, eventueel gecombineerd met tijdelijk verblijf tot een maximum van 104 etmalen per kalenderjaar.
Zorgaanspraak, hoogte van het budget en de rol van het Zorgkantoor
Kiest een zorgconsument voor een pgb, dan wordt de zogenaamde zorgaanspraak (dat is de zorg die toegewezen wordt) vastgelegd in het indicatiebesluit. Dit besluit wordt vervolgens omgezet in een bruto persoongebonden budget (pgb). Dat gebeurt door het zorgkantoor,die het AWBZ geld voor een bepaalde zorgregio beheert. Zorgkantoren zijn ondergebracht bij grote zorgverzekeraars in de regio. Het zorgkantoor maakt het overgebleven netto pgb rechtstreeks over aan de budgethouder, in de vorm van voorschotten. Die voorschotten komen per maand, per kwartaal, per halfjaar of per jaar, afhankelijk van de hoogte van het totale budget. Hoe hoger dat budget, hoe korter de voorschotperiode, om te voorkomen dat mensen plotseling over grote bedragen beschikken.
Indicatiebesluit, zorgaanspraak en omrekening
Bij de omrekening van het indicatiebesluit naar een pgb gelden landelijke richtlijnen. Deze worden opgesteld door het College voor Zorgverzekeringen (CvZ).
Flexibiliteit rond inzet van zorgfuncties
Zorgconsumenten mogen "schuiven" tussen de verschillende zorgfuncties waarvoor een pgb mogelijk is, ook als ze voor die zorgfuncties geen indicatie hebben. Een zorgconsument met een pgb op basis van een indicatie voor huishoudelijke verzorging, mag dit pgb dus uitgeven aan bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of ondersteunende begeleiding. Ook mag een budgethouder de hulp verspreid over het jaar flexibel inzetten en de ene periode meer hulp inkopen dan een andere periode.
Eigen bijdrage
Er geldt een gedetailleerde tabel, waarbij voor elke zorgfunctie en elke klasse nauwkeurig is vastgelegd wat het bruto jaarbudget is. Dit bruto jaarbudget wordt verminderd met de eigen bijdrage van de burger. De eigen bijdrage wordt vastgesteld op basis van het geïndiceerde aantal uren en niet (zoals bij zorg in natura) op basis van het daadwerkelijk aantal geleverde uren zorg, hulp of begeleiding. De eigen bijdrage bedraagt:
- 60% voor huishoudelijke verzorging,
- 33% voor persoonlijke verzorging,
- 20% voor verpleging.
- Voor ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding en tijdelijk verblijf geldt geen eigen bijdrage.
- Kinderen en jongeren tot 18 jaar betalen nooit een eigen bijdrage.
Verantwoording afleggen
Verantwoording afleggen betekent dat de budgethouder op basis van schriftelijke overeenkomsten moet kunnen aantonen dat hij voor tenminste dat bedrag aan zorg heeft ingekocht. Hij is bovendien verplicht om de sofi-nummers van de hulpverleners die hij heeft ingehuurd, door te geven aan het zorgkantoor, die deze gegevens weer doorspeelt aan de Belastingdienst. Het is dus niet mogelijk om "zwart" hulp in te huren uit het pgb.
Een budgethouder die zijn uitgaven niet kan verantwoorden, zal het niet-verantwoorde deel van zijn pgb moeten teruggeven aan het zorgkantoor.
De budgethouder hoeft geen verantwoording af te leggen over zijn eigen bijdrage. De budgethouder hoeft ook geen verantwoording af te leggen over 1,5% van zijn pgb, met een minimum van € 250 en een maximum van 5 1.250 per jaar, het zogenoemde "vrij besteedbare bedrag".
Onderbesteding
In de praktijk wordt de onderbesteding van het pgb verrekend met het voorschot voor een volgende periode.
Overhevelen
Budgethouders mogen 10% van hun budget meenemen (overhevelen) naar een volgend kalenderjaar, als ze het in het lopende jaar niet kunnen of willen besteden.
PGB en 3 maanden buitenland
Het budget mag ook in het buitenland worden ingezet, maar er wordt dan wel een korting toegepast naar het prijsniveau van het betreffende land, het zogenoemde "aanvaardbaarheidspercentage".
Bovendien mogen budgethouders ten hoogste drie maanden per jaar in het buitenland verblijven.
PGB en permanent buitenland
Bij permanent verblijf in het buitenland vervalt het recht op een persoongebonden budget.
Kwaliteit van zorg, hulp en begeleiding
Budgethouders zijn zelf verantwoordelijk voor het inkopen van "kwalitatief goede" zorg, hulp en begeleiding.
Bij de invoering van het pgb in de AWBZ heeft het ministerie van VWS er uitdrukkelijk voor gekozen om die verantwoordelijkheid bij de budgethouders zelf neer te leggen.
BIG, bevoegd en bekwaam
Bepaalde "voorbehouden handelingen" valen onder de regels van de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG).
Die handelingen mogen alleen uitgevoerd worden door mensen die daartoe "bevoegd en bekwaam" zijn. Het gaat hierbij met name om verpleegkundige handelingen.